Kurdish MattersNieuwe site! Volg me tijdens mijn werk aan mijn boek over de Koerdische kwestie: www.KurdishMatters.com

Deze vier Turkse vrouwen groeiden op in Nederland. Om precies te zijn in Hengelo, Rotterdam, Zwolle en Oss. Een paar jaar geleden kozen ze ervoor Nederland te verruilen voor Turkije. Dáár, zo vinden ze, ligt hun toekomst! Eén van hen: ‘Ik had heimwee. Heimwee naar Turkije.’

“Kijk dan”, zegt Arzu enthousiast als het begint te schemeren in Turkije’s hoofdstad Ankara. De stad is gebouwd op heuvels en overal in kantoren en appartementenblokken gaan lichtjes aan. “De lichtjes van Ankara! Ik weet nog dat ik hier met mijn familie op vakantie was. Dertien was ik, en ik stond op het balkon uit te kijken over de stad. ‘Hier ga ik ooit wonen’, dacht ik.” Het duurde nog tot haar zesendertigste voor Arzu Yildiz (38) ze werkelijk haar koffers pakte. Hier vindt ze de ruimte die ze in Nederland niet kon vinden.
Arzu werd geboren in Ankara, maar groeide grotendeels op in Zwolle, waar ze op haar vijfde kwam wonen. Als ze terugkijkt op haar leven in Nederland, is ze eigenlijk altijd bezig geweest zich los te breken van wat knelde: het gezin, later het huwelijk, de Turkse gemeenschap in Zwolle. Maar een goede balans vond ze nooit, wat uiteindelijk leidde tot depressiviteit en lethargie.
Ze had het goed, materieel gezien. Ze had een leidinggevende baan bij een grote bank, haar man had een goedlopende kroeg. Twee kinderen, een mooi huis, een mooie auto. “Maar ik was niet gelukkig. Nu weet ik: ik had heimwee. Heimwee naar Turkije. Als ik daar was, voelde ik me altijd meteen lichter, gezonder, blijer.”

Arzu Yildiz

In Nederland, zegt Arzu, hoorde ze nergens bij. Niet bij de Nederlanders, die haar en haar man ‘VIP-Turken’ noemden vanwege hun uitstekende financiële situatie. En niet bij de Turken: “Tijdens mijn huwelijk al niet, omdat ik geregeld zonder de rest van het gezin naar Turkije ging. En na de scheiding was ik een slecht voorbeeld voor hun dochters.”
In Turkije voelt ze die oordelen van anderen niet. Ankara is er te groot voor, te anoniem. Hier is ze de drijvende kracht achter een school waar Turken die naar Nederland willen, worden voorbereid op de inburgeringstest. De zaak loopt goed, ze kan er prima van leven en een goeie privéschool voor haar 12-jarige dochter en 9-jarige zoon betalen. “Het is hard werken, natuurlijk, en ik moet het allemaal alleen doen. Maar ik ben gelukkig hier. In Nederland heb ik tien jaar antidepressiva geslikt, hier heb ik de medicijnen zonder problemen afgebouwd. Hier ben ik vrij.”

Tweede generatie-Turken

Arzu is deel van een groeiende groep Turken die (terug) verhuizen naar Turkije. Het aantal emigranten naar Turkije is nog nooit zo hoog geweest als in 2007 (het laatste jaar waarover cijfers beschikbaar zijn): in dat jaar verruilden 2.335 mensen Nederland voor Turkije. Dat emigratiecijfer was wel eerder hoog, vooral eind jaren negentig, maar het percentage emigranten dat in Nederland geboren is, stijgt flink: van rond de dertig procent rond de eeuwwisseling tot ruim veertig procent in 2007. Dat zijn waarschijnlijk voor een groot deel tweede generatie-Turken, net als de vrouwen in dit verhaal.
Hoewel het niet is onderzocht, heeft dat stijgende vertrek waarschijnlijk voor een flink deel te maken met de aantrekkende Turkse economie. De veranderde houding tegenover buitenlanders speelt ook een rol, maar is vaak geen hoofdreden te vertrekken: vertrekken uit Nederland is pas realistisch als je ook een alternatief hebt, en dat biedt Turkije meer en meer. Zeker voor goedopgeleide mannen en vrouwen die hun talen spreken, zoals bij jonge Nederlandse Turken steeds vaker het geval is.

De cirkel doorbreken

Ook Gülşen kwam als dochter van een ‘gastarbeider’ naar Nederland. En ze voelt zich in Turkije al net zo vrij als Arzu. Ze straalt het uit als ze het chaotische verkeer in Istanbul lopend trotseert, als ze met haar leerlingen napraat over de lessen Nederlands die ze geeft, als ze met een bloemenverkoopster op de stoep zomaar even voor de lol een zwierig dansje maakt. Gülşen Araci (41) vertelt hoe haar leven in Nederland een aaneenschakeling was van teleurstellingen. “Er was maar één manier om de cirkel te doorbreken: weggaan uit Nederland.”
Gülşen rondde de Kunstacademie af. En daarna? Noem het maar op en ze heeft het gedaan. Keukens verkopen, bedrijfsleidster in een modezaak, vrijwilligersprojecten met allochtone vrouwen, sociaal-cultureel werkster, en vier jaar lang was ze gemeenteraadslid in Hengelo – “werken in de politiek paste absoluut niet bij me, maar ik heb het vier jaar volgehouden als excuus-allochtoon”. Dieptepunt: ze werd voor zeventig procent arbeidsongeschikt verklaard wegens rugproblemen. “Afschuwelijk! Ik had wel gezondheidsproblemen, maar ik was niet arbeidsongeschikt! Ik wilde een vaste baan, maar ik had óf net niet de goede ervaring, óf mijn opleiding sloot niet aan. En dan kreeg ik weer een cursus van de uitkeringsinstantie, dan moest ik leren solliciteren. Kom op zeg, ik kon ontzettend goed solliciteren, ik paste alleen telkens nét niet in het gewenste plaatje.”

Gülşen Araci

Gülşen wilde de controle over haar leven terug. Turkije trok. “Ik wist dat ik er wel kon aarden, mijn ouders hebben me er als kind een paar jaar naar school gestuurd en ik voel me er altijd goed. Maar in Turkije moet je je leven helemaal zelf maken, zonder vangnet van de overheid.” De liefde maakte de overstap makkelijker: Gülşen raakte verliefd op een Turk in Turkije, besloot te trouwen en te vertrekken. “Ineens woonde ik met man en baan in Istanbul.”
En terwijl de liefde voor haar man bekoelde – “we bleken toch niet zo goed bij elkaar te passen en zijn als vrienden uit elkaar gegaan” – laaide de liefde voor Istanbul op. “Istanbul is geen stad, maar een wereld. Het is hier zo inspirerend, het leven hier gaat altijd door, zo’n sfeer vind je in Nederland gewoon niet. Je hebt hier geen vangnet, maar ook geen systeem dat je gevangen houdt. Ik werk als docent, een heerlijke baan. Ik denk erover het zingen weer op te pakken, een ouwe liefde van me die is verwaterd. Istanbul heeft zoveel te bieden, ik moet er wel tussen kunnen komen als zangeres. Ik ging drie jaar geleden vrij onvoorbereid weg uit Nederland, maar dit was precies de stap die ik nodig had om mijn leven in de goeie richting te krijgen.”

Benauwende sfeer

Turkije als land om vrijheid te vinden, Nederland als land om vast te lopen: voor veel Nederlanders toch niet de meest voor de hand liggende gedachte. Toch ervaren teruggekeerde Turkse vrouwen het Turkse stadsleven als veel vrijer dan het leven in Nederland. Vanwege de Nederlandse cultuur van vaste regels, maar ook vanwege de volgens hen behoorlijk benauwende sfeer in de Turkse gemeenschap in Nederlandse (provincie)steden. Iedereen kent elkaar, de families komen vaak uit dorpen in de binnenlanden van Turkije en hechten vaak nog veel waarde aan oude gewoontes en tradities. En hoewel de Nederlandse overheid in sociaal opzicht prima voor haar burgers zorgt, zéker in vergelijking met Turkije, vinden vrouwen als Arzu en Gülşen hun vrijheid juist in Turkije. Niet in het dorp van vader en moeder, maar in de grote stad. Istanbul, Ankara, Izmir: moderne steden waar ze kunnen opgaan in de massa en er niemand op hun huid ziet. Gülşen: “Ik ben van de generatie die tussen twee culturen leefde. Mijn Nederlandse kant moest loskomen van het beknellende Turkse, maar ik ben niet helemáál Nederlands en de regeltjescultuur in Nederland benauwde me minstens zo erg.”

Necla Özkan

Necla Özkan (39) trouwde in 1992 met een Turk uit Turkije. Na hun huwelijk kwam hij naar Nederland. Met een universitaire opleiding electrotechniek op zak, dus met goede hoop in Nederland een prima carrière op te kunnen bouwen. Dat viel tegen: het diploma werd gelijkgesteld met een halve HBO-opleiding, en Nederlands leren ging wel, maar niet zo snel en vloeiend als verwacht.
“Hij voelde zich in Nederland niet thuis en wilde terug naar Turkije”, zegt Necla, “maar ik niet. Waarom zou ik mijn geregelde leven in ruilen voor een onzekere toekomst in Turkije?” Maar na jaren discussiëren en ook steeds vaker ruziën met haar man, dacht ze: nu moet ik kiezen: óf ik ga mee naar Turkije, óf ons huwelijk loopt ten einde. Necla: “En ik wilde ons huwelijk niet opgeven. Dus hakten we de knoop door. In een half jaar hebben we alles geregeld, van een huis en werk tot een school voor de kinderen.”
In dat half jaar groeide ze al naar het idée in Turkije te wonen toe, en maakte de twijfel langzaamaan plaats voor opwinding. “Terwijl we niet echt wisten wat ons te wachten stond. Mijn man ook niet, hij was ook al veertien jaar in Nederland.”
De hardste dobber is nu: werken. Hard, keihard werken. Necla werkt vijf dagen per week als directiesecretaresse bij Fortis Bank, haar man zes dagen per week als rechterhand van de eigenaar van een groot vervoersbedrijf. Vijf dagen per week trekt Necla ‘s ochtends om tien over zeven de deur achter zich dicht, ‘s avonds om half zeven is ze weer thuis. Haar man meestal pas twee uur later, en hij werkt ook elke zaterdag. “Dat is heel gebruikelijk hier. In het begin wist ik dat niet. Zat ik daar rond zes uur aan tafel te wachten met de piepers.”

Kralingse bos

Ze mist Rotterdam wel eens. “Daar hoefde ik maar tien minuten te fietsen of ik zat in het Kralingse bos om gewoon lekker even tot mezelf te komen. Dat kan hier niet, alles wat je in Istanbul doet, kost veel tijd.” Maar inmiddels ziet ze ook de voordelen van de gezinsverhuizing. Vooral het gevoel niet op hun identiteit aangekeken te worden, geeft rust en het idee dat ze op hun plek zijn. “Mijn man voelde zich in Nederland nooit echt thuis, en bij mij werd dat gevoel sterker sinds we kinderen hebben. Ze waren zo Nederlands als maar kan, maar tóch waren ze in de ogen van veel Nederlanders in de eerste plaats Turk.” Het is vergelijkbaar met het verhaal van Arzu, want ook met de Turkse gemeenschap had ze steeds minder raakvlakken als moderne vrouw met een prima kantoorbaan bij het Gemeentelijk Havenbedrijf. “Hier in Turkije speelt dat allemaal niet, hier horen we er gewoon bij.”

Na haar vertrek uit Nederland kwam ze anderhalf jaar niet terug. Pas toen ze weer voet op Nederlandse bodem zette, merkte ze hoezeer ze al gewend was in Istanbul. “Ik vond het zo saai in Nederland, zo rustig!” Dat stelde haar gerust: ze heeft het soms moeilijk met het harde werken en de mallemolen die haar leven nu is, maar haar saaie gevoel bij Nederland liet haar zien dat ze op de goeie weg is. Necla: “Ik klaagde wel ens tegen mijn man dat ik het leven hier moeilijk vind, maar dan zei hij: ‘niet klagen, het komt wel goed.’ Daar heb ik ook alle vertrouwen in.”

Stapje voor stapje

Gulseren heeft nooit besloten naar Turkije te emigreren. Het gebeurde gewoon, stapje voor stapje. Het begon met een verblijf van drie maanden, daarna zou ze haar baan in Nederland weer oppakken. Dat is nu pakweg drie jaar geleden. Gulseren Aytekin (30) groeide op in Oss. Niets wees erop dat ze Nederland ooit zou verlaten. Ze had een baan bij een bedrijf dat handelt in buizen en het was haar taak om de contacten met de handelspartners in Turkije te onderhouden. Ze bezocht Turkije geregeld als zakenvrouw, en dat was dat. Tot ze op één van die reisjes een zakenpartner ontmoette met wie het wel érg goed klikte.  “We werden verliefd en verloofden ons. Maar ook toen was het nog niet duidelijk dat we in Turkije zouden gaan wonen. Het was nog open.”

Gulseren Aytekin

Groot toeval dus, dat net in de tijd dat zij zich verloofde, haar baas bedacht dat het bedrijf een kantoor in Istanbul nodig had om directer contact met de klanten te kunnen onderhouden. “En hij vroeg of ik dat eens drie maanden wilde proberen, om te kijken of de handel daardoor aan zou trekken.” Gulseren trok de stoute schoenen aan en ging. “Ik kende Turkije vooral van gezinsvakanties van vroeger, en hoewel dat altijd fijne vakanties waren, zag ik ook het dorpsleven, waarin meisjes kort werden gehouden en de sociale controle groot was. Maar Istanbul bleek anders te zijn. Modern, bruisend, anoniem.” Zakelijk bleek het ook een goeie zet: de baas besloot keer op keer het Turkije-experiment te verlengen, bood na een tijdje tot een permanente vestiging en Gulseren kon een assistent inhuren. Stapje voor stapje was het Turkse leven van haar en haar man een feit geworden. Inmiddels hebben ze een zoontje, Mehmet, van 6 maanden.
Gulseren: “Natuurlijk mis ik Nederland. De orde vooral. En mijn familie. Wat ik wat minder mis, is de sfeer in de Turkse gemeenschap in Nederland. Het dorpsleven in Turkije leek me altijd zo beperkt, maar binnen de Turkse gemeenschap in Oss is het eigenlijk net zo. Iedereen kent elkaar. Hier in Istanbul ken ik mijn buren nauwelijks. Dat is wel weer het andere uiterste natuurlijk, maar je kunt hier wel veel vrijer leven.” Leven in Istanbul is nu ‘gewoon’ geworden, ze staat er niet meer bij stil. Tenminste, niet altijd. Gulseren: “Laatst reed ik na mijn werk naar huis in het idiote verkeer hier, en ineens dacht ik: goh, wat fantastisch eigenlijk, ik wóón hier!”

2 Comments »

2 Responses to “Geef mij maar Turkije!”

Comments

  1. Ahmet Palaz mrt 30 2009 / 10pm

    Goed verhaal. Mijn twijfels zijn helemaal weg! dank je. voor Nio (Ned.2) maakte ik een tv programma over hetzelfde onderwerp maar er waren ook mannen bij. Uitzending op 8 febr. zie http://www.nioweb.nl

    gr. Ahmet

  2. Sobesan mrt 31 2009 / 1am

    Leuk verhaal en herkenbaar…ondanks dat ik geen turkse ben, voel ik die vrijheid waar de dames het over hebben elke dag.

Leave a Reply

 tekens beschikbaar

Snel